Patricia, 43 jaar: ‘In plaats van mag ik dit wel, stel ik mezelf nu de vraag: wil ik dit wel?’

‘Na dertig jaar van jojoën en de zoveelste eetbui was ik het zat en ging ik naar de huisarts. ‘Ik weet het niet meer’, zei ik. Hulp van diëtisten had nooit tot langetermijneffecten geleid. Een maagverkleining wilde ik niet, dat vind ik veel te ingrijpend. Zo kwam ik bij Co-eur terecht. Bij Co-eur bieden ze een totaaloplossing: een team van psychologen, fysiotherapeuten, artsen, verpleegkundigen en diëtisten helpt je om je eetprobleem aan te pakken.

Hoge eisen en afstraffing    

Ik ben tijdens mijn traject bij Co-eur 12 kilo afgevallen. Maar voor mij ging het al heel snel niet meer om de kilo’s. Ik wilde een gezondere relatie met eten. Ik was zo streng voor mezelf. Veel mensen hebben een vooroordeel over dikke mensen: dat ze geen zelfdiscipline hebben en lui zijn. Het is juist het tegenovergestelde: ze stellen vaak enorm hoge eisen aan zichzelf. En als je die vervolgens niet haalt, volgt de afstraffing.

Geen extreme diëten

Wat ik erg fijn vond, is dat ze bij Co-eur geen extreme diëten opleggen. Je leert te eten volgens de richtlijnen van gezonde voeding. En in plaats van ‘mag ik dit wel’, stel ik mezelf nu de vraag: ‘wil ik dit wel?’ Het lijkt een kleine nuance, maar het was voor mij echt een eyeopener. Ook ben ik anders naar mezelf gaan kijken, ik ben veel milder geworden. Deze verandering heeft de psycholoog teweeg gebracht. In het begin van mijn traject zei ik telkens tegen haar: ‘Het was niet zo’n goede week hoor.’ Dat was namelijk mijn gevoel. Dan liepen we samen door mijn eetdagboek heen en zei ze: ‘Het was juist een heel nette week!’

Valkuilen in denken over eten 

De psycholoog heeft me ook veel bijgebracht over valkuilen in het denken over eten. Een voorbeeld: je hebt op een dag een paar keer iets lekkers gepakt. De denkfout die ik voorheen maakte, was: nu is de hele dag toch mislukt, ik kan net zo goed nog een extra frietje, ijsje of andere snack eten. Nu denk ik: oké, dat was niet handig, maar dat betekent niet dat ik de rest van de dag moet toegeven aan mijn drang om te snacken. Ik heb hier controle over. Een ander voorbeeld: de weegschaal vertelt je dat je bent aangekomen. De denkfout die daar vaak op volgde, was: zie je wel, ik kan het niet. Nu denk ik: waarom zou ik het niet kunnen? Deze ene uitslag zegt niets over de toekomst. Ik ga terug naar de basis: wat heb ik geleerd? En vanaf daar pak ik het weer op.

Op mezelf vertrouwen

Je maakt ook een terugvalplan waar je dit soort gedachtes in zet. Dit plan kun je erbij pakken als je een terugval hebt. Je leert namelijk dat je die hoe dan ook krijgt en dat iedereen die heeft. Dat is helemaal niet erg, als je maar weet hoe je een terugval herkent en ermee om moet gaan, zodat je niet in die negatieve spiraal blijft hangen. Ik ben net terug van vakantie en heb ook nog een meerdaags festival bezocht. 2 kilo ben ik aangekomen. Voorheen was ik dan meteen in paniek geraakt. Nu weet ik: als ik mijn eetschema weer oppak en in mijn routine kom, gaat het er vanzelf weer af. Ik vertrouw eindelijk op mezelf en dat is een heerlijk gevoel.’